Life is what happens to you, while you are busy making other plans…

Dit is al weer mijn laatste blog voor LiF. Ook al heb ik het eerst levensjaar van LiF nog niet eens vol geschreven.

Maar natuurlijk doe ik dat niet zonder reden... Zoals sommigen van jullie weten ben ik vorig jaar december bevallen.

Die zwangerschap was overigens niet gepland. Die overkwam me. Zelfs in deze tijd waarin we toch allemaal dag en nacht bezig zijn met plannen, organiseren en controleren of ‘we nog wel de juiste koers varen’.

Voordat je denkt dat ik een giftige paddestoel heb gegeten en hallucineer, ik ben bevallen van Tante Luus. Misschien weet je het wel, van die verslavend lekkere granola.

Dat het ‘niet gepland was’ zit zo. Vorig jaar stopte ik definitief met mijn kookactiviteiten bij De Tafel van Lemmer. En eerlijk gezegd, ik had echt geen idee wat de volgende stap zou zijn. Maar, ik weet uit het verleden dat er altijd wel iets nieuws op mijn pad komt. En daar vertrouwde ik dan ook maar op. Ook al voelde dat best een beetje als Russische roulette met mijn toekomst en inkomsten. Let's face it, jonger word ik er ook niet op. Sommigen classificeren het als ‘zen’ maar trust me, niemand zal ooit over mij zeggen dat ik een “zen typetje” ben. Hoe zalig het me ook lijkt.

Voor een instructiefilmpje, dat we draaiden voor Jumbo Supermarkten, maakten we granola. Thuis ging ik aan de slag om mijn eigen variant te maken. Een snufje dit, een theelepeltje dat, een nootje hier, een besje daar. Het thuisfront moest proeven en vond het best aardig gelukt. Toen ik helemaal tevreden was over de smaakverhoudingen liet ik in oktober de granola proeven aan een vriendin. Die vervolgens enthousiast zeven kilo bestelde voor hun lifestyle sportschool Nije Balans.

En zo gebeurde het dat, de week erop, mensen begonnen te bestellen. Vijfhonderd gram hier, 1 kilo daar, één zakje, drie zakjes, tien zakjes. Ik bakte me een slag in de rondte, verpakte het vacuüm en vervolgens in pakpapier. Waarop ik een een stickertje plakte met daarop, handgeschreven, “Pas op! Bevat verslavend lekkere granola”.

Een paar andere vriendinnen zeiden “Els, hier MOET je iets mee gaan doen. Dit is echt heel lekker”.

En paar weken later deed zich de kans voor om mee te doen aan de flinke Winter Fair op it flinkeboskje in Hemelum. En toen kwam dat moment dat ik dacht “maar dan wil ik daar wel staan met een professionele look & feel, anders weet ik nooit of het potentie heeft of niet”. Want los van dat de smaak goed moet zijn, men eet toch ook met de ogen. Vormgeefster Corinne le Noury 'to the rescue'. Een paar weken lang hebben we uren per dag op de Skype doorgebracht. In mijn briefing schreef ik “de uitstraling moet ‘oemff” hebben én een knipoog”.

Nu kennen wij elkaar inmiddels al heel wat jaren en heeft zij aan een halve zin van mij wel genoeg om te weten wat ik wil. Maar dat neemt niet weg dat het dan alsnog heel erg knap is dat iemand in staat is om jouw ideeën en gevoel te vertalen naar een concreet beeld.

Al snel ontving ik de eerste schetsen voor Tante Luus, alhoewel het toen nog ‘Lola Granola’ zou gaan heten. Totdat ik ontdekte dat die naam al geregistreerd stond.

Lang verhaal kort, binnen drie weken hebben we alles bepaald, uitgewerkt, teksten geschreven en besteld. Een beachflag, banners, etiketten voor op de zakjes, de zakjes zelf, leaflets in de vorm van een deurhanger, visitekaartjes, stickers etc. Gewichtsconsulente Marianne Meeter had zich ondertussen ontfermd over het uitzoeken van de voedingswaarden van de granola.

De winterfair op it flinkeboskje was een prachtige deadline. Linksom, rechtsom het moest en zou af zijn op 11 december.

Sinds die eerste dag op it flinkeboskje is Tante Luus in een stroomversnelling gekomen. De reacties zijn zo ongelooflijk leuk en enthousiast! Tante Luus prijkt inmiddels in de schappen van een viertal winkels en dat worden er hopelijk nog veel meer. Ook staan allerhande leuke markten en fairs op de agenda en ben ik vorige week begonnen met het bakken van de granola in een heuse bakkerij. Je weet wel, waar van die ovens staan waar je in no time gigantische hoeveelheden granola kan bakken. Inmiddels koop ik de granen in per zakken van 25 kilo. En waar voorheen Chanel Noir mijn geur was, ruik ik nu dag en nacht naar vanille en kaneel. Ik geniet me suf van alle bijzondere en bevlogen mensen die ik ontmoet en denk dat dit is wat ze omschrijven als ‘flow’. Dat gevoel dat alles lijkt te lukken, óók als het niet lukt en je tegen je eigen beperkingen aanloopt. De dingen die op hun plek vallen, de mensen die je ontmoet, de opgedane kennis en ervaringen, je wensen en ideeën, het lijkt wel alsof een beetje aan het samenkomen is. Als ik dit niet zelf had geschreven had ik nu gedacht “man, wat een zeepteen, zo’n spirituele zweefteef”. Dat granola zoiets met een mens kan doen, koekkoek…

En dat allemaal in twee maanden tijd. En weet je wat het mooie is? Dit is, voor mij, weer een prachtige les in niet al te neurotisch en krampachtig alles van te voren willen bedenken. En een beetje vertrouwen te hebben in het gegeven dat er altijd nieuwe mogelijkheden voor je deur staan. Je moet die deur alleen wél even opendoen. John Lennon zong het zo mooi “Life is what happens to you, while you are busy making other plans”.

Maar in al deze euforie en drukte heb ik ook besloten dat focus meer dan ooit heel belangrijk is. Een kind voed je nu eenmaal ook niet op tijdens het krant lezen. En Tante Luus kan alleen maar groeien als er tijd, energie en bezieling in gestoken wordt. Veel tijd, energie en bezieling.

En nu is LiF dus op zoek naar een nieuwe blogger. Iemand die smakelijk over eten kan praten en schrijven. Die weet waar dat ene heerlijke restaurantje aan dat leuke watertje in Friesland zit. Iemand die houdt van eten én van Leven in Friesland. Ben jij dat? Stuur dan een mailtje naar info@leveninfriesland.com

Lieve LiF-volgers en Lotte, dank voor het lezen en wellicht tot ziens op een van de streekmarkten bij it flinkeboskje of ergens anders!


De smeuïge gehaktbal. Zó 2015.

Het schijnt dat het eten van insecten in 2015 ‘dé bom’ gaat worden. De ‘eiwitten bom’ wel te verstaan.

Bij de gedachte aan gepaneerde en langzaam gegaarde sprinkhaan kreeg ik ineens ontzettende zin in een ouderwets sappige, caliber Boer zoekt Vrouw, gehaktbal. En dat mag weer! Je mag tegenwoordig gewoon weer hardop zeggen dat je roomboter op je brood smeert zonder dat je meesmuilend aangekeken wordt.  Vervolgens per direct uit de gratie bent en je eigen sociale ondergang hebt aangekondigd. Ik  overdrijf natuurlijk ietwat maar ik werd op een gegeven moment zó recalcitrant van alle berichtgevingen dat vet zorgde voor je fysieke faillissement. Natuurlijk, iedere dag een in vet doordrenkte berehap met dubbelgebakken friet en vette mayo eten, is niet gezond. En ook ik heb schoorvoetend mijn in roomboter gesmoorde krieltjes  vervangen door de gestoomde kriel. Maar kom op zeg, kom niet aan de roomboter op mijn brood. Of aan de gehaktbal. Er zijn grenzen. Ook restaurant Loetje heeft er gelukkig voor gekozen om de biefstuk Bali niet in kokosolie te bakken;-).

Maar goed, die gehaktbal dus. Je hebt ze in allerlei varianten. De ‘jeu de boule’ bal. Een stevige gehaktbal die je drie uur later nog zwaar op de maag voelt. Of de ‘valt binnen 40 seconden uit elkaar in de pan’ bal. Ofwel de gehaktbal die of niet genoeg gekneed is of geen -of te weinig- bindmiddel zoals ei of paneermeel heeft.

En dan de sappige ‘omhoog rollende ogen van opperst genot’ gehaktbal.  Een al dan niet smeuïge gehaktbal komt onder andere door het type vlees. Des te vetter het vlees, des te sappiger de bal. Half om half gehakt geniet daarom de voorkeur. Zelf grijp ik toch meestal naar puur rundergehakt. Maar dat is een kwestie van smaak. Of probeer eens lams- kalfs of kippengehakt!

Maar zoals gezegd, het toevoegen van een ei en/of een scheutje melk zorgt voor smeuïgheid.

En het leuke van een gehaktbal is, dat “the sky the limit” is waar het op ingrediënten toevoegen aankomt. Ooit wel eens gehoord van een gehaktbal met –ligt erg gevoelig- ganzenlever? Of denk aan de Griekse gehaktballen waar onder andere munt aan toegevoegd is. De –het zweet op je snor- gehaktbal met veel rode peper. Of een Aziatische variant met hoisinsaus en mayonaise. Het is gewoon een kwestie van smaak. Voor Jumbo Supermarkten maakten we vorig jaar het instructiefilmpje ‘gehaktbal maken’. In deze variant voeg je een gefruit uitje toe voor een heerlijk zoet accent.

Al met al, je kan eigenlijk de mist niet in gaan met de gehaktbal. Verse dragon, spekjes, sambal, barbecuesaus, kerrie of Provençaalse kruiden toevoegen? Ja hoor, waarom niet. Of probeer de ‘surf en turf’ gehaktbal eens door een grote garnaal in het midden van de gehaktbal te verstoppen.

Maar nu mijn variant. Vaak voeg ik wat kant en klare boemboe of een Thaise rode curry aan het gehakt toe zodat ik in één keer de smaak te pakken heb. De 'luie kokkie' methode.

Maar deze keer had ik nog een stuk cheddar kaas liggen dat op moest. En gesmolten kaas vind ik nu eenmaal altijd onweerstaanbaar lekker. Dus de combinatie gehakt met kaas was snel gemaakt.

Serveer de gehaktbal bijvoorbeeld met een stampot of hutspot en je hebt in no-time een lekkere winterse pot op tafel!

Eet smakelijk!

Onderstaand mijn recept voor de kaasgehaktbal.

Ingrediënten
500 gram gehakt
1 ei
1 middelgrote ui (gesnipperd)
20 gram bio ketchup van Heinz
scheut ketjap
1 theelepel grove mosterd
50 gram -zelfgemaakte- paneermeel of verkruimeld beschuit
peper en zout naar smaak
Blokjes kaas van 2 bij bij 2 met een dikte van ongeveer 1,5 centimeter of al naar gelang de grootte van je keus (mozzarella is ook lekker!)

Bereiding
Meng in een grote kom alle ingrediënten samen met het gehakt. Rol de gehaktballen. Maak je handen wat vochtig tijdens het draaien zodat ze mooi egaal worden (nog minder kans op uit elkaar vallen tijdens het braden).

Druk een blokje kaas in het midden van de gehaktbal en werk het vlees er weer omheen zodat het weer een ronde bal wordt.

Verhit in pan (liefst met dikke bodem) wat roomboter met een scheut zonnebloem olie totdat al het eiwitschuim verdwenen is.

Leg de gehaktballen in de pan en bak ze al naar gelang de grootte van de gehaktbal in 15 tot 20 minuten gaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Help! Wat eten we tijdens Kerst?

Onze kerstboom staat sinds 6 december al weer hysterisch haar ding te doen. Ik heb er hard mijn best voor gedaan om mijn Hongaarse genen eer aan te doen. De boom zit vol met een kakafonie aan kleuren. Het is een soort ker(st)mis boom geworden.

Ik heb altijd een soort haat liefde verhouding gehad met Kerst. Enerzijds word ik blij van het kneuterige en het gezellig samenzijn en anderzijds voel ik me altijd in een soort keurslijf gedwongen… De druk van 'het moet gezellig zijn', zeg maar.

En hoeveel ik ook van eten houd, na drie dagen in het gareel pootjes te hebben gegeven aan diverse tafels met copieuze diners kijk ik reikhalzend uit naar een wortel of gewoon een stengel selderij.

Een jaar of wat geleden belande ik aan een tafel tijdens Kerstmis waarbij mijn hart een vreugdedansje maakte toen de kazen aan het einde van de avond op tafel kwamen. Eindelijk iets te eten met smaak… Ik had de hele avond nauwelijks iets gegeten omdat het gewoon echt niet lekker was.

Nu denk je misschien dat ik een kooksnob ben, maar dit was in een fase in mijn leven dat ik qua koken niet veel verder kwam dan een gekookte aardappel, bloemkool met lammetjespap en een karbonade. Ik was in die tijd  absoluut niet bezig met zuurtjes, zoetjes, zoutjes, bittertjes, umami en andere culiminnende termen.

Zo had mijn zus, al sinds jaar en dag vegetariër, ooit het ‘geluk’ dat ze tijdens een kerstdiner in een restaurant (we schrijven 2001) zeven gangen lang getrakteerd werd op… champignons. Ik zweer het je, na de vijfde  gang veranderde haar hoofd in een champignon. Er is in de afgelopen dertien jaar gelukkig veel veranderd voor vegetariërs!

Vorig jaar had ik besloten om een diner Engelse stijl te maken. We begonnen met een knolselderij soep met wat crème fraîche. Het hoofdgerecht bestond uit Beef Wellington met zelfgemaakte paté, geserveerd met spruitjes met pancetta en kastanjes, gegrilde groenten en old school mega romige aardappelpuree (een klein beetje mayonaise toevoegen is de truc, maar je hebt dit niet van mij) met een dun laagje zelfgemaakte paneermeel voor een beetje oemf. Beef Wellington is ossenhaas met een laagje paté en heel fijn gehakte gebakken champignons. En wordt vervolgens omhuld met bladerdeeg en afgebakken in de oven. Absoluut een aanrader! En als je een goede paté bij de slager haalt, in plaats van deze zelf te maken, bespaar je weer een hoop tijd.

Het dessert bestond uit ‘mince pies’ met ‘mincemeat’. Engelser kan bijna niet. Heerlijke gebakjes gevuld met een mengsel van  -gedroogde- vruchten, noten, kaneel en een beetje brandewijn. Zó lekker!  Helemaal als je ze net uit de oven serveert met wat rumboter.

Bijgaand links naar de gerechten die ik genoemd heb, ter inspiratie!

Knolselderij soep

Beef Wellington

Spruitjes met pancetta en kastanjes 

Gegrilde groenten

Romige aardappelpuree 

Mince pies 

Brandy butter 

Terwijl ik dit schrijf, kijk ik nu al uit naar de lamsbout van mijn moeder dit jaar en hoef ik gelukkig niet te wachten tot de kaasplateaus aangerukt worden;-).

Fijne feestdagen allemaal!


Vulgair gevloek in de keuken...

Juli 2011. De zomer van de processierups die ik standaard 'Prosecco rups' noemde, dat klinkt toch wat gezelliger. Samen met elf andere kookgekken betrad ik voor het eerst de Masterchef keuken.

Onze eerste kookopdracht luidde “maak een gerecht dat je doet denken aan je jeugd”. Stuk voor stuk kirden we blij en bliezen we opgelucht onze ingehouden adem uit.

Ik besloot de soep van mijn Hongaarse oma te maken. De ‘paprikás krumpli'.  Niet direct een heel culinaire soep maar wel een erg smakelijke soep. Ik had besloten de eerste dag ‘op safe’ te gaan want ik wilde graag wat rondes verder komen…

Tijdens het koken werd ik teruggeworpen in de tijd. Mijn zusje, inmiddels geen zusJE meer ook al een ouwe taart van forty-something. Francine en ik aan de keukentafel bij oma Cati. Steevast neuriënd terwijl ze kookte. En ons altijd Hongaarse liedjes leerde, die we dan weer als een soort van getrainde aapjes konden voordragen als we ergens met haar op visite waren. Oma was maar wat trots op haar “engeltjes” zoals ze ons -met zwaar Hongaars accent- noemde.

De meest smerige vloekwoorden en uitspraken leerde ze ons trouwens ook daar in die keuken. En als wij dan thuiskwamen na zo’n bezoekje aan oma, slaakte mijn moeder een kreet van afgrijzen als we haar dan deelgenoot maakte van onze nieuwe taalveroveringen. Geloof me, de scheldwoorden in het Nederlands halen het niet bij het vulgaire gevloek van de Hongaren. De taal is ‘heel rijk’, zeg maar…

Maar goed, terug naar de ‘rijke’ soep van oma. Van mijn moeder hoorde ik dat de Hongaren dit altijd ‘een soep voor de armen’ noemen. Want de soep bestaat voornamelijk uit aardappels (de bewuste 'krumpli'), paprika (waarschuwing: hier word ik een beetje pedant… spreek uit als pah-prika* en niet paaaaaa-pri-kaa), ui en vlees of worst.

Tijdens mijn jaren op de hotelschool heb ik hier aardig wat van gemaakt en gegeten want het was a. goedkoop, b. ik kon er meteen giga hoeveelheden van maken en c. Op dag drie was de soep nog veel lekkerder dan op dag één.

Eigenlijk was dat uur in de Masterchef keuken te kort om de soep smaak technisch helemaal tot z’n recht te laten komen. Maar na een uur kon ik de soep aan de heren presenteren in een halve uitgeholde paprika met daarbij een Hongaarse komkommer salade. En had ik ook nog de tijd gehad om van heel dunne ringetjes rode paprika het Masterchef logo na te bootsen. Toegegeven, deze actie lijkt weggelopen te zijn uit de categorie ‘slijmjurk’ maar ik was er destijds erg verguld mee dat ik dat kleine accentje had kunnen toevoegen. De heren van de jury konden hier wel lachen, om vervolgens meteen te zeggen “dit is waarschijnlijk wel de laatste keer dat je tijd hebt gehad voor dit soort dingen;-)”. En dat klopte ook. Na die dag was ik doorlopend verwikkeld in een heel geniepig spel dat ‘al is je gerecht nog zo snel, de tijd achterhaalt je wel’ heette. Het was iedere dag weer een gevecht met mezelf en tegen die klok om iets lekkers te serveren dat er óók nog eens oogstrelend uitzag.

Oma’s soep met komkommersalade werd zeer goed ontvangen die ronde. Ik mocht nog een dag blijven…

Het weer vraagt nu nog niet echt om aardappelsoepen en dergelijke maar als dat druilerige weer z’n intrede weer doet, heb je hier alvast het recept!

Jó étvágyat/eet smakelijk!

Paprikás krumpli

  • 1 kg. aardappels geschild en in –grove- stukken gesneden
  • 2 gesnipperde uien
  • 2 flinke tenen geperste knoflook
  • 1 Hongaarse Kolbaszworst in eetbare stukken of plakjes gesneden (hele Chorizo worst mag ook!)
  • 1 theelepel karwijzaad
  • een scheut zonnebloemolie (ik gebruik vaak ganzen- of eendenvet, dat geeft een heerlijk romige smaak)
  • 3 rode paprika’s (zaadlijsten eruit en in stukken gesneden)
  • 3 tot 4 eetlepels zoete paprikapoeder (meer  of minder mag uiteraard ook)
  • 1 tomaat (in stukjes gesneden)
  • paar takjes gehakte verse peterselie
  • peper en zout
  • water of bouillon (zelfgemaakte runder- of gevogeltebouillon maar bouillonblokjes kan ook)

Bereiding

  • Begin met het fruiten van de ui, de knoflook, de paprika, de blokjes tomaat, het karwijzaad en de worst, op laag vuur. Laat het niet aanbranden maar zorg dat de ui glazig blijft.
  • Als het vet wat uit de worst sijpelt en de ui is glazig haal dan de pan van het vuur en voeg de paprikapoeder en de aardappels toe. Giet er dan de bouillon of het water bij zodat de aardappels net onder water staan.
  • Breng aan de kook en laat het vervolgens op heel laag vuur gaar sudderen. Echt, hoe langer deze soep staat, hoe lekker deze wordt!
  • Strooi voordat je deze maaltijdsoep serveert wat peterselie over de soep en serveer dit met een klein beetje crème fraîche.
  • Soppen en dippen mag met deze soep, dus als je nog wat stokbrood of gewoon brood hebt serveer dit er dan ook maar lekker bij!

Als je op 'fancy' wilt gaan serveer je de soep inderdaad in halve rode paprika’s waar je de zaadlijsten uit hebt gehaald. Snijd een flinterdun plakje (vooral niet meer want dan loopt de soep eruit) van de bolle kant van de paprika af zodat deze op je bord blijft staan. Laat het groene steeltje er wel aanzitten.

* Toelichting van Paulien Cornelisse op de Pah-prika of Paaaa-pri-kaaaaa affaire in DWDD (begint bij 3 minuut 17 maar het hele stukje is erg grappig)


Food, glorious food… fotografie & styling

Zondagmorgen half zeven… Lemmer ontwaakt. Ik ook. Met frisse tegenzin, dat dan weer wel. Om half zeven opstaan op een vrije dag valt bij mij in de categorie zelfkastijding.

Maar na de derde kop koffie, mijn tas inpakkend voor die dag, maakt die tegenzin plaats voor volwaardige zin in de dag.

Een uur later zit ik in de auto naar Voorschoten. Onderweg naar de workshop ‘foodfotografie & foodstyling’ van Simone van den Berg (FreshFood Photos en Simone's Kitchen) en Alexandra Schijf (Alex Styling).

Na geruime tijd maar ‘gewoon wat gedaan’ te hebben met mijn gewillige Nikon vond ik het tijd om wat meer te leren over het hoe en wat van foodfotografie. Per saldo, de gerechten die ik maak kunnen nog zo lekker zijn maar als het niet oogt op een foto, is dat een beetje als de legging van je buurvrouw waarvan je denkt ‘je had vast je dag niet’;-)

Van heinde en verre, er was zelfs een deelneemster uit Leuven aanwezig, waren de deelnemers overgewaaid. Stuk voor stuk gedreven dames en één heer (respect…). Veel van de deelnemers waren stukken jonger dan ik. Toch confronterend dat je op een leeftijd begint te komen waarop je je realiseert dat je de moeder van een stuk of wat deelneemsters had kunnen zijn...

Allemaal –aspirant- bloggers. Een ieder dol op eten en koken. Dat schept een band. Vergelijk het een beetje met een ‘ik ben net moeder geworden’ groepje. We kakelden met rooie konen over onze ervaringen met koken en eten. Best een beetje therapeutisch eigenlijk.

De locatie maar ook de eigenaresse inspireerde enorm. Natascha Boudewijn van Green Delicious heeft een oude bollenschuur omgetoverd tot een prachtige –kook- workshop ruimte, die uitnodigt tot langdurig koken, babbelen en bubbelen. Natascha en assistente Lya zorgden er die dag voor dat we voorzien werden van een heerlijke biologische -veelal uit eigen moestuin- lunch. Met zelf gemaakte humus. Een adembenemend lekkere couscous salade, courgette- spinaziesoep waar de vitaminen en mineralen zo ongeveer uitsprongen, geserveerd met een crunch van knoflook. Maar ook vers gebakken brood met heerlijke toppings kwamen voorbij . Ook zorgde Natascha voor al het eten en dat gebruikt werd voor onze ‘foodshoot’.

Simone nam ons met aanstekelijk enthousiasme en humor, via een ‘idiot proof’ presentatie, mee op reis door onze eigen camera. Hoe sluitertijd en diafragma hand in hand gaan. Dat ISO de nieuwe ASA is en ontzettend belangrijk is voor je foto. Over RAW bestanden en lightbox. Waar we het licht ‘plaatsen’ en terug laten kaatsen voor het mooiste plaatje. Dat een diffuser in één oogopslag voor een ander beeld zorgt. Hoe belangrijk composities zijn. En dat een statief echt geen overbodige luxe is zoals ik altijd dacht! Maar ook dat je met je telefoon toch ook best heel aardige foto’s kan maken. Nu had ik van te voren het boek van Simone al wel gelezen maar het puzzeltje kwam samen tijdens de uitleg.

Vervolgens nam Alexandra het foodstyling stokje over. Met pretletter ogen sleurde ze ons behendig door de foodstyling theorie. Wat zorgt ervoor dat een foto dat beetje ‘oemf’ krijgt. Hoe zorg je ervoor dat compositie en kleurgebruik leiden tot een geheel in plaats van een foto die eruitziet alsof je driejarige kind zich heeft uitgeleefd. Welke props gebruik je en waar vind je die “cheap and cheerfull”. Dat onder- en achtergronden ongelooflijk belangrijk zijn voor je foto. En ook daar weer legio creatieve ‘oh wat gaaf’ tips om in korte tijd verschillende props te maken met spullen die we veelal gewoon in huis hebben. Scheur bijvoorbeeld eens een oud stuk jute door en laat het gerafelde deel zijn werk doen in de foto. Dat even aantallen in de foto –netzo als bij de composities op je bord- saai worden. En heel belangrijk; de kunst van het weglaten! Genoeg is soms genoeg is voor een optimale foto. Best lastig voor mij, als je weet dat ik soms de overdaad nogal omarm…

Met alle informatie van Simone en Alexandra mochten we aan de slag. Alexandra had een groot deel van haar props meegenomen zodat we naar hartenlust konden kiezen. Glaasjes, kommetjes, bordjes, lepeltjes, diverse soorten textiel, en ondergronden van ruig tot rustig. Natascha legde ons uit wat ze allemaal voor ons had voorbereid om te fotograferen. De composities mochten we zelf bepalen uiteraard.

De keuze was reuze. Zelfgemaakte chocolade koekjes, mozarella bollen, verse vruchten, broden, soepjes, bosbessen cake en nog veel meer om je foto de wow factor te geven. Maar ook eetbare blommen zoals korenbloemen (prachtig lieflijk blauw van kleur) en intens rode dahlia’s voor de ‘zeg het met kleur’ fanaat.

Mijn fotografie partner en ik hadden al snel besloten dat we helemaal niet gingen samenwerken om een mooie foto te maken maar dat we allebei gewoon ‘ons ding’ zouden doen. De overlegmodus bewaarden we wel voor op het werk… Maar we zagen ook talloze dames die het juist heel fijn vonden om wel te overleggen over waar de bosbes of het koekje moest liggen. Het kon allemaal en dat was fijn. Ondertussen liepen Alexandra, Simone en Natascha rond om ons van raad en daad te voorzien.

Nu is het natuurlijk onmogelijk om in één dag zo te leren fotograferen en stylen als de dames dat kunnen. Maar dat neemt niet weg dat als je een beetje weet wat de do’s and dont’s zijn je een stuk makkelijker die camera oppakt. Maar wat beide dames ons ook op het hart drukte was het volgende "gewoon durven en doen"!

Wat ik op die dag allemaal geleerd heb kan ik met geen pen allemaal in dit blog beschrijven. Deze workshop moet je gewoon zelf gaan beleven en ervaren!

Eén minpunt aan de dag was er ook; de dag ging véél en véél te snel voorbij! En ik moet nog een keer terug om zo'n ongelooflijk leuke workshop bij Green Delicious te volgen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Gespot: parlevinker in Lemmer

de zingende palingboer

Afgelopen zaterdag hadden wij wat je noemt een “stereotype dagje”. Ik stond in de keuken, waar anders, een kilootje of wat granola te maken. Zoonlief  was in alle vroegte naar zijn vakantiebaantje vertrokken. En Jeroen, mijn man, stond buiten te zagen en te boren om een buitenkeuken in elkaar te knutselen.

Ach, het was een soort van idyllische, uitermate kneuterige, zaterdag. Verzin het ‘niks aan de hand, all is well, lift muziekje’ er maar bij…

In de verte hoorde ik een bel en wat geschreeuw vanaf het water. “Heuh, hebben wij een ijscoman op het water?” dacht ik nog. Het geluid kwam dichterbij en ik zag een bootje aankomen met een grote rookton achter op het dek. De bel werd luid gebeld en onderwijl werd er uit volle borst ‘vérse paling, wárm gerookt’ geroepen vanaf het bootje. "Dat kan ook alleen maar hier" mompelde ik. Een parlevinker met paling aan boord.

Vanuit de tuin zwaaide ik met mijn armen alsof ik eindelijk gered werd van het eiland Robinson Crusoe. De heren snapten het signaal en legden aan. Het gesprek kwam al snel op, het zal ook eens een keer niet zo zijn, eten en euh drank. Vis moet zwemmen per saldo...

Aan boord Bas Oosterbaan uit het Friese Koudum, alias de zingende palingboer en werkzaam binnen het hospitality management. Jan, een Haagse pensionado die 42 jaar gewerkt heeft als gastheer in het destijds beruchte en befaamde visrestaurant Saur in Den Haag. En zijn zoon Ferry, werkzaam voor een importeur van onder andere wijn, champagne en port.

Bas importeert samen met zijn vrouw ook mooie Italiaanse wijnen. ‘Of ik zin had in een wijntje’. Nou ja, sputterde ik nog -niet al te hard- tegen, het is nog niet eens 3 uur. Nog geen twee seconden later had ik een glas tongstrelende witte Italiaanse in mijn handen. Jeroen, rook –alcoholische- onraad, gooide zijn zaag aan de kant en wist niet hoe snel hij zich bij ons moest voegen.

‘Een flesje wijn’ later voegde ook de ongelooflijk leuke vrouw van Bas zich bij ons. Willie runt Salt & Zucchero. Een webshop waar je onder andere die eerder besproken heerlijke Mauro Sebaste wijnen kan bestellen. Jan verhaalde sappig en prachtig over zijn ervaringen bij het oude Saur. Een restaurant waar destijds nog veel gerechten aan tafel bereid werden. De tong werd aan tafel gefileerd. De cocktailsaus bij de zeevruchten werd aan tafel à la minute bereid, En de crêpes Suzette werden gewoon 'old school' aan tafel geflambeerd. Precies zoals wij het 100 jaar geleden op de hotelschool hebben geleerd. Maar die tijden zijn voorbij. Aan tafel wordt tegenwoordig niks meer bereid. Veel te duur. En dat is jammer, ook al snap ik het wel, want bereiding aan tafel is natuurlijk wel beleving optima forma. Ik denk dat ik hier maar eens een aanschuiftafel aan ga wijden. Terug naar vroeger tijden bij De Tafel van Lemmer. Met het 965 pagina's tellende boek van Auguste Escoffier als mijn bijbel.

Het witte bolletje met paling, gevangen op de Fluessen, bracht me terug naar de zomer van 2011. In verband met mijn deelname aan Masterchef, wilde ik mijn keukenkunsten nog wat opkrikken. Hiervoor liep ik een korte stage in de keuken van Geert-Jan Vaartjes. Toen chef de cuisine van Lauswolt. Het was fantastisch. Ik keek mijn ogen uit bij al die culinaire kunsten, het ongelooflijk hoge tempo daar in de keuken en de smaakcombinaties. Met militair geplande precisie werd alles daar op bordjes gelegd en bereid. Ik mocht met mijn toen 39 jaar gewoon als groentje onderaan beginnen met kilo’s appels in brunoise snijden, geleitjes mengen (gewoon mengen hè, niet maken…) én… kilo’s gerookte palingen schoonmaken…

En daar zaten we dan, met dit bijzondere gezelschap. Aan het water met het zonnetje in de rug, te grappen, te grollen en te praten over de dingen des levens, tot in de late uren van de avond. Alsof je elkaar al jaren kent.

En stuk voor stuk zeiden we een beetje melancholisch –of was het de wijn?- tegen elkaar ‘wat mooi, zo’n bijzondere ontmoeting’.

Leven in Friesland. Ik hou ervan!

PS: dat pondje verse paling heb ik uiteraard nog wel gekocht. Heerlijk op een stukje roggenbrood, met een sausje van wat crème fraîche wat mierikswortel en een beetje verse peper… Zalig!

 

 

 

 

 


Frisse Friese Salade

 

De stampotpannen staan weer veilig in de opslag. Je mooiste saladeschalen mogen weer gezien worden want de saladetijd staat weer voor de deur!

Het mooie van salades vind ik de variëteit. Qua ingrediënten waar je naar hartenlust mee kan experimenteren. Maar ook de verschillende typen sla. Waar 20 jaar geleden de ijsbergsla helemaal ‘hot’ was, is die inmiddels verworden tot een wat smakeloos en niet al te inspirerend type sla. Wie herinnert zich de tijden nog dat je in ieder eetcafé standaard wat dungesneden, ietwat verlepte, ijsbergsla met een schijfje sinaasappel als ‘mooimaker’ op je bord zag liggen?

Lang leve de ontdekkings- en kweekdrift want tegenwoordig zijn er zo veel heerlijke slasoorten te vinden dat je er gewoon hedendaagse van ‘keuzestress’ van krijgt. Bladsla, veldsla, lollo biondo, lollo rosso, Romeinse sla, eikenbladsla, rucola, radicchio… En vul maar aan!

Zelf ben ik dol op veldsla, ook wel ‘ezelsoren’ genoemd. De smaak heeft wat nootachtigs en de kleur is mooi donkergroen. En hoewel smaak natuurlijk het allerbelangrijkste is, wil het oog ook wat. Juist dat donkergroene kleurt prachtig met allerhande kleuren zoals bijvoorbeeld het rood van paprika of trostomaatjes. Maar ook mooi in combinatie met bijvoorbeeld wat rauwe ham.

Om in ‘LiF’ sferen te blijven deze keer een salade van veldsla met postelein* en Friese Bleu de Wolvega.

Door toevoeging van deze heerlijke blauwader kaas geef je je salade een heerlijk romig en pittig accent voor dat beetje ‘oemf’ op je bord.

En omdat je natuurlijk in de zomer, of je nou op de camping staat, thuis bent of de Friese wateren bedwingt, zo lang mogelijk wil geniet van het zonnetje en zo kort mogelijk in de keuken wil staan, heb je deze salade zó op tafel!

Ingrediënten voor 2 personen als maaltijdsalade:

-       1 zakje veldsla
-       handje vol postelein
-       150 tot 200 gram Bleu de Wolvega (in stukjes/blokjes)
-       1 sjalotje
-       6 eetlepels extra vergine olijfolie
-       2 eetlepels citroensap (of witte Balsamico azijn als je van een iets zoetere dressing houdt)
-       1 theelepeltje (Friese) mosterd
-       handjevol gepelde en geroosterde pistache nootjes
-       rode punt paprika (in dunne plakjes gesneden)
-       peper & zout

 

Bereiding:
-       maak de dressing met de olijfolie, het citroensap, een beetje mosterd en wat peper en zout. Proef de dressing of je deze lekker genoeg vindt en voeg desgewenst nog wat van de ingrediënten toe.
-       was de veldsla en de postelein in koud water. Droog dit in een sla centrifuge (of door de sla in een droge theedoek te leggen, de punten bij elkaar te pakken en de doek dan rond te draaien)
-       rooster de pistachenootjes in een koekenpan, zonder toevoeging van olie. Let goed op want de nootjes verbranden snel!
-       was de paprika en snijd dit in dunne reepjes en gooi de pitjes weg
-       maak de sjalot schoon en snijd deze in heel dunne plakjes
-       verpulver de Bleu de Wolvega in kleine stukjes met je handen of snijd er blokjes van
-       leg de sla losjes op een mooie schaal of bord en dresseer dit met de paprika, de sjalot, de nootjes en de Bleu de Wolvega. Serveer de dressing er apart bij.
-       om er een echte maaltijd van te maken serveer je er wat lekker vers grof gesneden brood met boerenboter bij!

NB: Serranoham of wat plakjes Friese droge worst aan je salade toevoegen is ook heerlijk! En als je nog wat verse bieslook hebt staan, doe er maar gewoon bij. Het kan allemaal!

Fijne vakantie & eet smakelijk!

*Als  postelein nou niet 'je ding is' kun je deze ook vervangen door bijvoorbeeld wat waterkers of een handjevol rucola. Hierdoor word je salade nog wat pittiger van smaak!

 


Een feestje: de Macaron!

LiF is online, hoera! En bij een feestje hoort natuurlijk ook iets lekkers. En wat nou feestelijker dan een schaaltje macarons.

De macaron is helemaal hot maar het eerste macaron recept gaat al 450 jaar terug!

Vorig jaar trouwden wij in de Provence. Daar proefde ik de meest goddelijke "oeh, aaah, mmmmm, wow" macarons. Zo heerlijk, dat zelfs de vrouw van de burgemeester aldaar met haar size zero deed zich tegoed aan deze macarons.

Ik raakte volledig in de ban van dé macaron. En dan te bedenken dat ik eigenlijk helemaal niet van al die eiwit toestanden hou. Merengue? Mijn tandglazuur begint direct af te brokkelen als ik er alleen al aan denk.

Maar het werd een uitdaging om die macaron te evenaren. Maar ik voelde ook wel de nodige terughoudendheid omdat het maken van een macaron nou niet bepaald bekend staat als een “piece of cake”.

De eerste pogingen waren desastreus. Om verdrietig van te worden. Mijn macarons zagen er troosteloos uit en smaakten als verpulverd karton. Meerdere recepten passeerden de revue. Maar het kwam niet eens een klein beetje in de buurt van wat ik daar in Frankrijk had gegeten.

Ondertussen was ik al meerdere malen de naam Hidde den Brabander tegen gekomen. Een begenadigd patissier. Maar in het kader van "grote stappen snel thuis" te willen zijn liet ik dat recept voor wat het is. Want het is een bewerkelijk recept dat enige nauwkeurigheid en tijd vergt. Zeker met het Italiaans schuim.

Maar toch, ik kon er niet om heen. Het moest er gewoon van komen. En voila, de perfecte macaron! Het recept is gewéldig en wat zijn ze lekker!

Toch heb ik een paar kleine aanpassingen gemaakt. Mijn oven -die gauw te heet wordt- heb ik op 120 graden gezet in plaats van de aangegeven 125. Ook heb ik ze ruim een uur laten rusten voordat ik ze in de oven deed. En dat verschil zie ik toch ten opzichte van de batch die ik na een half uur in de oven deed. Ze laten makkelijker los en hollen van binnen niet uit.

De vulling was dit keer een -zelfgemaakte- Lemon Curd. Een heerlijk frisse tegenhanger bij het zoet van de macaron. Maar wat dacht je van een vulling van wat mascarpone, room en wat verse frambozen? De verse eieren kwamen natuurlijk van het Friese land.

Het recept lees je op Culy http://www.culy.nl/recepten/macarons-het-basisrecept/.

. Veel bak- en eetplezier. Ik ben erg benieuwd naar hoe jouw macaron ervaring!